Nietzsche en zijn kritiek op de Moderne Tijd

By 22 januari 2015 oktober 23rd, 2018 Blogteksten, Filosofie, Stof tot nadenken
De moderne tijd kenmerkt zich door een groot vertrouwen in het menselijk verstand, dat zijn hoogtepunt bereikt in de wetenschap. Deze manier van denken ontstond rond 1650 met de Verlichting. Het belangrijkste denkbeeld van de Verlichting is dat we de waarheid kunnen vinden met behulp van het verstand (ratio). We kunnen allemaal zelf nadenken en bepalen wat goed of slecht is. De wetenschap stelt ons in staat de toekomst vorm te geven en te werken aan een betere toekomst. Denkers gingen op zoek naar wetmatigheden (systemen) en naar alomvattende verklaringen voor de wereld om ons heen.

Nietzsche geloofde dat de speurtocht naar samenhang ons in de verleiding brengt om bedachte systemen te absoluteren. Vaak zijn er uitzonderingen die het systeem ondermijnen. Die worden dan als vervelend ervaren. Het is een vorm van zwakheid om jezelf zo voor de gek te houden. Ik denk dat Nietzsche hierin gelijk heeft. Het kapitalisme bijvoorbeeld is zo’n systeem. Het klopt aardig als je goed verdient. Als je geluk hebt, wordt je kapitalist.

Ook denk ik dat Nietzsche terecht twijfelde aan het menselijk kenvermogen. Als wij leren tellen, leggen we een zekere basis voor wiskundige vermogens. Ik ben nooit zo goed in rekenen geweest. Waar ik wel vaak aan denk is dat het begrip “één” eigenlijk toch een illusie is. Tenslotte is één altijd een verzameling van dingen. Zelfs het atoom bleek weer uit verschillende dingen te bestaan. En uiteindelijk hebben kernfysici het over waarschijnlijkheden van het electron; een stukje ruimte met een grote kans dat er iets misschien wel of niet zou kunnen zijn. So much for matter. Daar lijkt het dan op te houden.

“Één” is dus een talige reconstructie. Het begrip heeft bestaansrecht in praktische zin en op menselijke schaal als in “één aardappel”, “één stoel”, “één toon”, omdat we dat nou eenmaal “afgesproken” hebben. En dat soort afspraken zijn wel zo handig.

Een aardappel is een afgebakend stukje realiteit. Er zijn kleine kleibintjes, grote superbintjes, kruimige eigenheimers, etc. We zijn ons daarvan bewust “only on a need to know basis”. Uit praktische overwegingen negeren we de verschillen tussen deze stengelknollen en plaatsen ze in één categorie wanneer dat van pas komt. Bij aardappels is dat overduidelijk. Maar soms kan het ook gevaarlijke verwarring oproepen, bijvoorbeeld als we het hebben over zwarten en blanken.

Veel onderzoek wordt gedaan naar zaken die met het blote oog niet zichtbaar zijn. Studenten worden volgepropt met vakjargon om die wereld en wat er zich allemaal afspeelt te benoemen. Bovendien heeft het als voordeel dat je heel intelligent lijkt. Het proteïne synthetiserend ruw endoplasmatisch reticulum bijvoorbeeld, waar ribosomen hard bezig zijn om volgens de code van lange strengen desoxyribonucleinezuur proteinen te maken. Een hele wereld ontstaat, waarin T4 lymfocyten worden aangevallen door retrovirale partikels en zo het imuunsysteem ontwrichten. Erg talig, maar op termijn ook erg effectief wanneer we ziektes willen bestrijden. Het is een grote truc om te kunnen overleven. En ja, ik heb moleculaire biologie gestudeerd.

Ik denk dat biologen de chemisch-fysische complexiteit van een cel regelmatig onderschatten en reduceren tot een lijstje reactie-schema’s. Op basis van die lijstjes worden medicijnen ontwikkeld. De bijwerkingen zijn dan de uitzonderingen op het systeem. Dat gaat meestal wel goed, behalve bijvoorbeeld in het geval van Softenon. In verhouding tot wat de toekomst ons zou kunnen brengen, denk ik wel eens dat onze geneeskunde nog net zo lomp is als in de tijd van aderlatingen.

Hoewel de absolute waarheid voor ons niet kenbaar is, laat de wetenschap ons in ieder geval op de maan lopen en bacteriële infecties bestrijden. Bepaalde aspecten van de absolute waarheid lijkten door de wetenschap toch blootgelegd te worden. Steeds dwingt onderzoek ons standpunt te herzien. Sommige ontdekkingen hebben grote invloed gehad op onze samenleving. Door kernsplitsing kunnen we energie opwekken. Zo bewijst de wetenschap in staat te zijn onze toekomst vorm te geven. Ze kan een bijdrage leveren aan de utopie, maar niet helemaal zoals we hoopten. Elke uitvinding blijkt immers ook nadelen te hebben. Wat doen we bijvoorbeeld met het kernafval? Wat doen we als er een ramp gebeurt zoals in Tjernobyl? We hebben niet het geduld om onze kennis uit te laten kristaliseren, zodat technieken ook veilig zijn. Dezelfde kennis kan zelfs gebruikt worden tot massavernietiging (dystopie?), zoals de bommen op Hiroshima en Nagasaki bewezen hebben. We moeten onze kennis dus op een goede manier gebruiken. Maar wat is goed?

De verlichting zorgde ervoor dat we ons geloof in God verloren. Wetenschappelijke ontdekingen stonden haaks op wat de kerk eeuwen had gepredikt. Het geloof kon geen stand houden. In die zin sprak Nietzsche over de dood van God. De hoop en zekerheid die religie bood vielen weg. Daarom kenmerkt de moderne tijd zich door de speurtocht naar nieuwe zingeving. Iedereen mag nu zelf nadeken en zelf bepalen wat goed of slecht is. Iedereen is in staat om het lot zelf in handen te nemen. Maar lukt dat? De gemiddelde westerling is geen kerkganger, maar gelooft  wel dat  er toch “iets” is. Onze cultuur is nog doordongen van de christelijke normen en waarden. De verlichting bracht veel nieuwe ideeën voort, maar welke is de juiste?

Volgens Nietzsche is er geen eeuwige macht en hebben morele waarden geen absolute geldigheid. Ik ga een heel eind met Nietzsche mee. De ervaring leert dat normen en waarden steeds veranderen, zoals bijvoorbeeld door de sexuele revolutie. Veel normen en waarden zijn op grond van argumentatie bovendien slecht verdedigbaar. Door de globalisering worden we nu regelmatig geconfronteerd met de verschillen tussen culturen. Deze ontwikkeling heeft volgens mij terecht geleid tot het in twijfel trekken van de absolute geldigheid van eigen normen en waarden. Dat er geen absolute normen en waarden zouden zijn, is helaas goed beargumenteerbaar. Helaas, want ik kan het niet weerleggen. Ik zou kunnen zeggen dat het behoud van de mensheid een absolute norm zou kunnen zijn. Maar er zijn misschien mensen die om wat voor reden dan ook menen dat het beter is om er een einde te maken.

Tenslotte nog iets over het begrip absolute waarheid. Is dit begrip niet ook een talige constructie? Behoort het dan niet per definitie aan ons kennen toe? Is het dan niet aan ons om te bepalen wat we daar precies onder verstaan?

Vond je deze post verhelderend? Deel hem met je vrienden! Wil je meer weten? Klik dan hier!

Bas van Meegen is grafisch ontwerper en zijn onderneming heet Beeldzaam. Na een studie moleculaire biologie en de lerarenopleiding biologie is hij een totaal andere weg ingeslagen. Naast een 40 urige werkweek als grafisch vormgever, studeerde hij eerst grafische vormgeving aan het Grafisch Lyceum Eindhoven en daarna grafisch ontwerp aan de kunstacademie St. Joost in Breda. Als ontwerper focust hij zich op het vinden van manieren om zichtbare middelen (afbeeldingen, abstractere beeld-elementen en typografie op papier, monitor of andere dragers) in te zetten als taal, dus zodat een doelgroep zonder verbale uitleg weet wat er bedoeld wordt. Met Beeldzaam richt hij zich op ondernemers die toe zijn aan meer strategische zichtbaarheid en starters. Hij helpt ze met het bouwen van hun huisstijl en het visualiseren van hun verhaal: authentiek, herkenbaar en professioneel. Hierdoor worden ze beter zichtbaar, sneller bekend en krijgen ze meer ambassadeurs en klanten. ©

Leave a Reply