Haal meer uit je huisstijl #10

Visuele Identiteit — 10 Handige huisstijldrukwerk hulpjes

Wie met huisstijl aan de slag gaat, krijgt onder andere te maken met drukkers, drukwerk en druktechniek. Hieronder volgen 10 zaken die handig zijn om te weten. Sommige informatie is enigszins stoffig van aard en blijft niet makkelijk hangen. Bewaar de tekst desnoods ergens, zodat je het op kunt zoeken ‘on a need to know basis.’

1] Bestel 1,5 tot 2 keer de minimum oplage
Mijn klanten gaan voor de minimum oplage als ze gaan drukken. Ik begrijp dat wel, want dan zijn ze voor hun gevoel minder geld kwijt. Het punt is dat de prijs voor drukwerk vooral wordt bepaald door het klaarmaken van de pers. Gemiddeld genomen mag je stellen dat drukken pas rendabel wordt boven de 1000 stuks. Het bedrukken van 1 vel papier is eigenlijk net zo duur als het bedrukken van 1000 vel. Uit ervaring weet ik dat klanten meestal te weinig bestellen. Bijbestellen betekent dan echt dubbel zo duur uit zijn. Ga eens een keer kijken in een drukkerij. Eenmaal op gang, spuugt een pers al snel 250 vel per minuut uit. 1000 vel drukken neemt dus nog geen 5 minuten in beslag. Pas boven 1000 stuks zit het omslagpunt; het moment waarop de prijs van het papier een rol gaat spelen. Wil je toch kleinere oplages, dan is digitaal drukken (hoog kwalitatief printen) de goedkoopste optie. De prijs per stuk is relatief hoog, maar wel lager dan als je hetzelfde aantal zou drukken.

2] Internetdrukker of ‘traditionele’ drukker
Internetdrukkers kunnen een aardige kwaliteit leveren voor zeer lage prijzen. Dat doen ze door heel veel drukwerk van één type te verzamelen (bijvoorbeeld visitekaartjes) en al dat drukwerk samen in één keer te drukken op grote vellen papier. Ze hoeven dan maar één keer de pers klaar te maken. Internetdrukkers zijn vaak ook organisaties van diverse gespecialiseerde drukkers met één online winkeltje. De ene drukker is helemaal ingericht voor bijvoorbeeld visitekaartjes, een andere voor het maken van brochures etc. Internetdrukkers kunnen goedkoop produceren, omdat ze grote aantallen efficiënt verwerken. De internetdrukker Drukwerkdeal heeft nog best wel wat keuze in maten en papiersoorten of andere materialen. Wil je afwijkende maten, bijzondere papiersoorten of een druktechnisch lastige productie, dan kom je toch bij de traditionele drukker terecht. En dat is dan ook prijs-technisch meteen een heel ander verhaal.

3] Kleur en Huisstijl
Het ontwerp van een huisstijl moet consistentie kunnen garanderen in verschillende kleursystemen. Binnen een kleursysteem heeft een kleur een codering, op basis waarvan iedereen op de hele wereld die kleur exact kan namaken. Een van die kleursystemen is RAL (ReichsAusschuss für Lieferbedingungen) met 210 kleuren, vooral gericht op verf. Nog een systeem is PMS (Pantone Matching System) dat gericht is op de grafische industrie (druk-inkt), maar ook op textiel en interieur. Het CMYK kleursysteem, noodzakelijk om kleurenfotografie te drukken, gebruikt cyaan, magenta, geel en zwart (Key plate) om door subtractieve kleurmenging een groot aantal kleuren te kunnen maken. En Het RGB kleursysteem is het systeem dat in monitoren via additieve kleurmenging van Rood, Groen en Blauw een groot aantal kleuren te genereren. HTML en CSS maken ook gebruik van dit systeem. De kunst is om voor een huisstijl kleuren te kiezen die in al die systemen bevredigend consistent te houden zijn.

Overigens is het zo dat mensen gemiddel maar een paar kleuren kunnen onderscheiden. Ze kunnen het verschil tussen twee kleuren oranje wel waarnemen, maar alleen naast elkaar. Het heeft ook te maken met het consequent benoemen van kleuren. Wie veel met kleur bezig is en verschillende nuances benoemd, zal beter in staat zijn om verschillen te zien. Zo hebben de Russen het woord ‘siniy’ (donkerblauw) en ‘goluboy’ (lichtblauw). Uit onderzoek blijkt dat Russen net iets sneller zijn in het onderscheiden van deze twee kleuren.


Typisch bakje met pms inkt ©Shutterstock

4] Drukken in PMS
Bij drukwerk wordt met een PMS-kleur een inkt bedoeld, met een kleur die je volgens een recept kunt maken, of gewoon in een potje kunt kopen. PMS kleuren kunnen in volvlak gedrukt worden of in een raster (dikkere en dunnere puntjes). Omdat inkt transparant is, kun je over elkaar heen drukken. Kleuren over elkaar mengen subtractief. Theoretisch kun je met zoveel inkten drukken als je wil. Dit kan al op een éénkleurenpers met één drukgang per kleur. Het vereist wel vakmanschap om de verschillende drukgangen pas te krijgen, dus precies op elkaar. Gebruikelijk was het om eenvoudige huisstijltjes op te maken in een donkere kleur en een lichtere PMS kleur, om die dan te drukken op een tweekleurenpers. Op een vierkleurenpers kun je 4 PMS kleuren drukken. Verpakkingen worden vaak met PMS kleuren gedrukt, omdat de grote oplages dit betaalbaar maken en omdat fabrikanten zich geen kleurverschillen kunnen veroorloven. Drukken van foto’s kan in één PMS kleur óf als duotoon.

5] Drukken in CMYK
Voor full color drukwerk wordt altijd minimaal een vierkleurenpers gebruikt. In plaats van volle vlakken van één kleur te drukken, worden er puntjes cyaan, magenta, geel en zwart door elkaar en over elkaar gedrukt in verschillende puntgroottes. Op die manier kunnen veel kleuren gemaakt worden. De kleurenprinter thuis werkt net zo. Het kleurbereik (gamut) van CMYK is wel kleiner dan dat van PMS. Naast elkaar zie je dat kleuren in CMYK relatief flets zijn, en de PMS kleuren krachtiger.


4 kleurenpers Wikimedia commons

fc drukwerk
Drukken met CMYK ©Beeldzaam

rasters
Rasters ©Beeldzaam

6] Resolutie, kleurruimte en bestandsformaat van foto’s
Drukwerk vereist een resolutie van 300 dpi (dots per inch) voor ware grootte. Een foto van 15 x 10 cm moet uit 1772 × 1181 pixels = 2.092732 pixels = ongeveer 2 Megapixels bestaan. Voor je printer volstaat 150 dpi (ongeveer 50%) en voor je monitor 72 dpi (ongeveer 25%). Bedenk wel dat als je een foto maakt met een 2 Megapixel-camera zonder scherp te stellen, de resolutie wel goed is, maar de foto toch niet scherp. Om te drukken moet een foto in CMYK gezet worden. Het probleem met CMYK is, dat windows geen voorvertoning van een CMYK-document kan maken. Zolang de foto in RGB staat, kan dit wel. Verder kan een foto in allerlei bestandsformaten staan. Met JPG kun je een foto comprimeren, zodat die wel 10x minder geheugen in beslag neemt. Het ligt voor de hand dat dit niet mogelijk is zonder op de een of andere manier toch in te leveren op kwaliteit.

7] Staand of liggend
Geef altijd aan of een document staand of liggend is. Het gebeurt wel vaker dat hier misverstand over ontstaat. Gebruikelijk is natuurlijk lengte x breedte x hoogte, maar niet iedereen houdt zich daaraan. Bovendien kan ik me voorstellen dat iemand een vel papier ziet als iets met lengte en breedte, terwijl een ontwerper een document op z’n scherm ervaart als iets met breedte en hoogte. Breedte x hoogte is dan ook de manier om waardes in een opmaakprogramma in te voeren, dus eerst de lengte van de bovenkant en dan de lengte van de zijkant. Voor mij is 85 x 55 dus liggend en 55 x 85 staand. Verder drukken klanten zich graag uit in centimeters, maar voor drukwerk is het beter om millimeters te gebruiken (anders krijg je steeds die komma). Voor monitor-uitingen gebruik je pixels.

8] A-formaten
Om te beginnen: A0 is 1682 x 2378 mm, en dat is afgerond één vierkante meter. Hoe groter het A-formaat, hoe kleiner het vel papier. Bijvoorbeeld A11 is 18 x 26 mm en A0 is 1682 x 2378 mm. Dus grote A is kleine m en grote M is kleine a. Knip je een A0 aan de langste zijde in twee stukken, dan krijg je 2x A1. Merk op dat in een A3 liggend twee vellen A4 staand passen, 4 vellen A5 liggend, 8 vellen A6 staand, 16 vellen A7 liggend etc. De verhouding breedte/lengte is steeds wortel 2 = 0,70707 en lengte/breedte 1,41428. Dus A3 is 141,428 % van A4 en andersom is A4 70,707% van A3. Probeer deze veel voorkomende maten te onthouden: A5 = 148 x 210 mm, A4 = 210 x 297 mm en A3 = 297 x 420 mm.

A-formaten
A-formaten ©beeldzaam

9] Gramsgewicht
Bijvoorbeeld een 80 grams papier betekent, dat één vel papier van 1 vierkante meter 80 gram weegt. Strikt genomen moet je dus zeggen: ‘papier met een gewicht van 80 gram per vierkante meter.’ A0 (1189 x 841mm) is exact 1 vierkante meter papier. Dus een 80 grams A4 weegt 80 / 16 = 5 gram. Briefpapier is meestal 80 grams, 90 gram voelt net iets kwalitatiever maar zwaarder dan 100 gram zou ik niet gaan. Voor visitekaartjes kun je 300 tot 400 grams papier voor gebruiken. Let op: verschillende papiersoorten met gelijk gewicht, zijn niet per se even dik. De verhouding tussen dikte en gewicht heet opdikking.


Folder, flyer en brochure ©Beeldzaam

10] Niet verwarren: flyer, folder en brochure
Een flyer is altijd een ongevouwen vel papier om te uit te delen (flyeren) en meestal met het formaat A5 (15x21cm). Een folder is een vel papier dat één, twee, drie of nog vaker is gevouwen (de naam zegt het al), bijvoorbeeld A4 (30x21cm) naar een drieluik (10x21cm). En een brochure is een stapeltje papier dat gebrocheerd is. Brocheren is het verbinden van een aantal losse vellen tot een boekje met een wire-o (zo’n kunststof of metalen spiraal), nietjes of lijm. Dus velletjes, vouwsels en boekjes.

Vond je deze post verhelderend? Deel hem met je vrienden! Wil je meer weten? Klik dan hier!

Bas van Meegen is grafisch ontwerper en zijn onderneming heet Beeldzaam. Na een studie moleculaire biologie en de lerarenopleiding biologie is hij een totaal andere weg ingeslagen. Naast een 40 urige werkweek als grafisch vormgever, studeerde hij eerst grafische vormgeving aan het Grafisch Lyceum Eindhoven en daarna grafisch ontwerp aan de kunstacademie St. Joost in Breda. Als ontwerper focust hij zich op het vinden van manieren om zichtbare middelen (afbeeldingen, abstractere beeld-elementen en typografie op papier, monitor of andere dragers) in te zetten als taal, dus zodat een doelgroep zonder verbale uitleg weet wat er bedoeld wordt. Met Beeldzaam richt hij zich op ondernemers die toe zijn aan meer strategische zichtbaarheid en starters. Hij helpt ze met het bouwen van hun huisstijl en het visualiseren van hun verhaal: authentiek, herkenbaar en professioneel. Hierdoor worden ze beter zichtbaar, sneller bekend en krijgen ze meer ambassadeurs en klanten. ©